zondag 11 mei 2014

Verkiezingskoorts (2) - De Ark van Tobback




I - Het verdriet van Links

Eén van mijn voorspellingen voor de komende verkiezingen was dat de socialisten beter zullen scoren dan verwacht. Ik beriep me daarbij op de ervaring dat kiezers in het stemhokje vaak gehoor geven aan de stem der gewoonte: ze stemmen bij voorkeur op de partij waarop ze in het verleden ook gestemd hebben. Er is nog een reden waarom ik in een (relatief) gunstig resultaat voor de socialisten geloof: ze zijn goed in verkiezingsretoriek. 

Jort Kelder
In een gesprek met de fractieleider van de PvdA, Diederik Samsom, wees journalist Jort Kelder (de man met de bretels) er op dat socialisten vaak rond verkiezingen pieken. "Jullie verleiden de kiezer door mooie beloftes te doen," aldus Kelder, "maar na de verkiezingen gaat jullie populariteit telkens weer razendsnel naar beneden omdat van al die mooie beloftes niets in huis komt." Veel beloven en weinig doen. Samsom, normaal niet op zijn mondje gevallen, zat er wat beteuterd bij. Natuurlijk sputterde hij tegen, maar Kelder had zijn huiswerk goed gedaan en wees op de resultaten uit de laatste decennia. Onder Wouter Bos, Job Cohen en Wim Kok was de partij telkens uit een diep dal geklommen ... en vervolgens weer even diep afgegleden. Kok hield het wat langer vol dan de anderen, overleefde zijn eerste ambtstermijn, maar daarna ging het compleet fout: Fortuyn grondvestte zijn imperium op de puinhopen van paars. Kelder voorspelde dat het onder Samsom niet anders zou gaan: de zege van Samsom zou een puinhoop worden. 

Vlak na de val van het kabinet (april 2012) was de PvdA in de peilingen tot onder de grens van 20 zetels gezakt, maar bij de verkiezingen (in september) kwam de partij uit op 38 zetels, een doorslaand succes. Uit figuur 1 valt af te leiden dat de winst in de laatste aanloop naar de verkiezingen werd geboekt: in de laatste vier weken klom de PvdA  van 16 naar 38 zetels. Het was de retoriek van Diederik Samsom die het 'm deed. Inmiddels (ruim anderhalf jaar later) is de partij in de peilingen teruggezakt tot een historisch minimum van 12 zetels.


Ook elders lijken de socialisten een abonnement te hebben op het jojo-effect. De populariteit van Hollande (what's in a name) begon onmiddellijk na zijn verkiezing te kelderen en zit twee jaar later op een historisch minimum. Maar het beste voorbeeld is wellicht Tony Blair. De landslide, de verpletterende overwinning die hij in 1997 behaalde, wordt door velen tegenwoordig gezien als een vergiftigd geschenk, het ergste wat  Labour kon overkomen: er werd veel meer van de partij verwacht dan zij te bieden had. Blair dankte zijn overwinning volgens commentatoren aan het neoliberale beleid van Margaret Thatcher; zij had een aantal onpopulaire maatregelen getroffen die vooral in het noorden van Engeland en in Schotland pijnlijk werden gevoeld. Men hoopte dat Blair een krachtig relancebeleid zou starten, maar onder Blair zakte het Verenigd Koninkrijk enkel verder weg, ook het Noorden van Engeland, ook Schotland. Het verleidde de voorzitter van het extreemlinkse Rood tot een artikel in Knack getiteld Don't blame Maggie: het  grote verdriet van links

II - Na ons de zondvloed

Natuurlijk zijn socialisten niet de enigen die met mooie beloftes naar de kiezer stappen, alle politici maken zich daar schuldig aan, maar socialisten beheersen het spelletje beter (en zijn er ook wat brutaler in). Waar ze ook goed in zijn, is het zaaien van angst en verwarring. Een wonder is dat niet, schone beloftes en onheilsprofetieën horen bij elkaar. De Bijbel eindigt met de Openbaring van Johannes, een Apocalyptische onheilstijding waarin echter ook de belofte is vervat dat de gelovigen zullen worden gered. De socialisten hebben die  boodschap goed begrepen. Louis Tobback wist het verlies na het Agusta-schandaal voor zijn partij te beperken door de kiezer te waarschuwen voor wat hem te wachten stond indien de liberalen aan de macht zouden komen. Ze zullen uw pensioen afnemen! Zonder God is alles geoorloofd, schreef een groot auteur ooit. Zonder de Ark van Tobback zouden we allemaal verdrinken.

Er werd voorspeld dat deze verkiezingsstrijd de vuilste uit de geschiedenis zou worden. Hoewel de meeste slagen die worden uitgedeeld inderdaad onder de gordel zijn, is er van ware strijd amper sprake. De verliezers lijken zich bij hun nederlaag te hebben neergelegd en richten zich op het aanbrengen van zoveel mogelijk schade aan de verwachte winnaar. Het lijkt op het gedrag van een verslagen bokser die nog gauw even in het oor van zijn tegenstander bijt alvorens te worden uitgeteld. We worden voortdurend bestookt met onheilsboodschappen. Oudgedienden, vakbondslieden, militanten, bevriende journalisten,  acteurs, schrijvers, iedereen deed mee. En telkens is de boodschap: Pensioenen, uitkeringen, de index, ze gaan eraan. Het culturele leven - ook dat gaat eraan. En dat gaat zo al een jaar of twee. Het zou kunnen dat men het tegenoffensief om de opmars van de N-VA te stuiten te vroeg heeft ingezet. Dreigementen zijn als batterijen, ze hebben een beperkte levensduur, en net nu het er op aankomt, lijken de batterijen leeg. 

Maar er is natuurlijk ook iets anders aan de hand. De maatschappelijke strijd gaat nog steeds tussen links en rechts (lees er de internetfora maar op na), maar de strijd om de gunst van de kiezer wordt vooral op de vleugels uitgevochten. Het antwoord van Tobback (en ook van iemand als DeMeester, de voorzitter van Rood) op het verdriet van links, was uitgerekend een ruk naar links: de zogenaamde Derde Weg van mensen als Blair en Schröder (en Steve Stevaert) was een doodlopende weg, het socialisme moest weer echt socialistisch worden, echt links. Maar waar Bruno naartoe wilde, zat de PVDA+ al, en die partij lijkt de Sp.a nu de nodige kiezers af te snoepen. Hoe bestrijd je een echt linkse partij, als socialist

Bruno kan natuurlijk niet gaan roepen dat de communisten niet deugen, daarvoor zijn de overeenkomsten tussen beide partijen te groot: hoofddoekjes, vermogensbelasting, de magische één procent die financieel moet worden uitgekleed in het belang van de gemeenschap, Bruno en Peter zingen voortdurend hetzelfde liedje. Misschien moet Bruno maar eens gaan praten met Diederik Samsom: de steile opgang van zijn socialistische partij, ging gepaard met een afgang voor de echt linkse partij van Emile Roemer. Halverwege week 36, ruim een week voor de verkiezingen, kwamen zij elkaar tegen, op een procent of 23. Daarna bleef Diederik stijgen, en ging Emile de Dieperik in. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen