woensdag 28 januari 2015

Zonnevlekjes en Schaduwvlakjes



Het leven is niet gemakkelijk voor zomermensen in de winter. Eén facebookvriendin is ziek, de ander heeft last van winterblues, de ijskoude tegenhanger van najaarsmoeheid. Die laatste kwaal, najaarsmoeheid, steekt doorgaans de kop op bij het vallen van de bladeren. De bomen zuigen de laatste energie uit de groene bladeren, de bladeren kleuren rood en sterven af. Droefenis alom.

En dan moet de winter nog beginnen.

Vanuit mijn werkkamer heb ik zicht op de kale takken van de eikenbomen in de straat. Verstijfd van de kou staan ze er bij, schraal, uitgehongerd. Vooral op regenachtige dagen, als de takken zich als zwarte kronkellijnen aftekenen tegen de loodgrijze hemel, is het aanzien troosteloos. Maar er is geen boom zo kaal of er komt wel weer een blaadje aan. Of een bloesem. En er is geen vrouw zo ziek of ze signaleert het eerste bloempje aan de Japanse sierkers of kerselaar (prunus serrulata)




Dat eerste bloempje betekent natuurlijk dat de lente in aantocht is. Om die reden is de Japanse sierkers ook één van mijn favoriete bomen. Ik geef eigenlijk niet zo veel om de lente (ik ben meer een herfsttype), maar sinds ik last heb van winterhanden, kijk ik toch uit naar het voorjaar. De winter is te koud voor mij geworden, en bovendien ben ik, nu ik een jaartje ouder word, bang om bij gladheid te vallen en lelijk terecht te komen. Op latere leeftijd worden botten brozer en breken daardoor sneller. Tot overmaat van ramp neemt het genezingsproces meer tijd in beslag. Een hypochonder als ik weet zulke dingen.

Los van dat alles houd ik van het roze voorjaarsjasje van de kerselaar. Als reusachtige suikerspinnen duiken ze op in het kale winterlandschap. Een paar weken lang hebben ze het lenterijk alleen met hun schuimende bloesems.

Een jeugdvriendje van me had vanuit zijn slaapkamer zicht op een kerselaar in de tuin. Als je het raam opende, kon je de takken raken en de geur van de bloesems opsnuiven. De eerste rozige bloempjes die op de takken verschenen, werden soms door een verlate winterbries weggeblazen, maar als de groei eenmaal goed op gang kwam, was er geen houden meer aan. Die korte periode waarin de bloesems de takken nog niet helemaal hadden veroverd, was het mooist, vooral als de zon wilde schijnen. Heel aarzelend zocht de vroege lentezon zich dan een weg door de nog niet volgroeide kroon en toverde de kamer van van mijn vriendje om in een zee van zonnevlekjes en schaduwvlakjes. Mooiere lentedagen heb ik nooit beleefd.

Nog even en dan is het weer zover. We still got the winter blues, maar binnenkort breken de bloesems door en kunnen de zomerbloezen uit de kast worden gehaald. 



- Voor Dora & Isabelle


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen