maandag 1 december 2014

Luc De Vos - alsof lachen pijn doet



Je leest één regel van iemand, en je weet onmiddellijk dat je alles wilt lezen wat de schrijver geschreven heeft. Iets dergelijks schreef de filosoof Nietzsche over zijn collega Schopenhauer. Ik weet niet meer precies op welke plaats, zoals ik me ook niet meer herinner waar en wanneer ik  kennis maakte met Luc de Vos. Wat ik me wel herinner, is dat ik onmiddellijk fan werd. Waarom? Er zijn betere zangers in de wereld, zelfs in Vlaanderen, en misschien ook wel betere tekstdichters, maar de stem en de woorden van Luc de Vos wisten je te raken.

Het liedje waarvan ik flarden opving, was natuurlijk Mia, op dat moment al een echte klassieker, maar nog onbekend aan mij, een Hollander die nog niet zo lang in Vlaanderen woonde. Een wat hesige stem die opsteeg uit een keel waarlangs heel wat sigarettenrook en whiskey waren gepasseerd, vreemde boodschappen zoals de middenstand regeert het land en niemand gaat verloren en natuurlijk sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan. Mia was oorspronkelijk een B-kantje, een wat achteloos in elkaar geflantst nummer, de tekst is associatief, niet beredeneerd, de woorden lijken als bij toeval op de juiste plaats te zijn geraakt, zoals in de gedichten van zijn favoriete dichter, Lucebert. De naam Mia was verzonnen, verwees niet naar één geliefde, maar stond model voor alle onbeantwoorde liefdes waaraan hij bijna ten onder was gegaan. Oorspronkelijk was het een rocknummer, totdat een producer voorstelde om het langzamer te spelen. Die producer was ook verantwoordelijk voor het hypnotische pianomelodietje.


Zoals de meeste artiesten, leefde De Vos op gespannen voet met zijn beroemdste schepping. Sir Arthur Conan Doyle kon op den duur de naam Sherlock Holmes niet meer horen of zien, maar zijn lezers bleven vragen om verhalen rond deze speurneus. Bij optredens van Gorki bleef het publiek zeuren om Mia. De Vos kreeg een haat-liefde-verhouding met de song die hem uiteindelijk - en compleet onverwacht - de roem hadden geschonken waarnaar hij (naar ik aanneem) had verlangd. Van de weeromstuit begon hij Mia vals te spelen - spreekwoordelijk te verkrachten, zoals hij het zelf omschreef - maar dat pakte verkeerd uit: een artiest kan zijn eigen schepping niet vermoorden of verkrachten zonder zichzelf geweld aan te doen. Artiesten worden bewonderd om wat ze scheppen, niet bemind om wie ze zijn. Het publiek houdt van de schepping, niet van de schepper.

Artiesten vervreemden zich daarom vaak van hun publiek door zichzelf te zijn. Hun liedteksten zijn kwetsbaar, maar in vraaggesprekken komen ze over als opscheppers of hufters. Dat is dodelijk. Het beeld dat uit het werk naar voren komt, moet in stand worden gehouden. Om die reden krijgen artiesten vaak de raad om zich niet uit te laten over politiek geladen onderwerpen. Eigenwijs als ze zijn, doen ze dat toch, met alle gevolgen van dien. Complete Vlaamse volksstammen kieperden hun collectie platen van Jacques Brel in de vuilnisbak nadat hij zich laatdunkend had uitgelaten over Les Fla, les Fla, les Flamands. Ook De Vos liet zich een paar kwinkslagen ontvallen over Vlamingen, of althans één van hen, de welbekende Bart De Wever.

Die uitspraken werden na zijn dood snel gerecupereerd door een linkse Vlaamse krant, maar het bewuste artikel - of althans de kop - werd snel aangepast nadat duidelijk werd dat het volk, links dan wel rechts, de zanger massaal in het hart had gesloten. Zelfs de fans van Anderlecht en Club Brugge werden in Mia verenigd. Om die reden werden er ook andere berichten aangepast, met name over de omstandigheden rond zijn dood. Inmiddels is het duidelijk dat De Vos met ernstige persoonlijke problemen kampte. Waarschijnlijk heeft hij zich, op de verjaardag van zijn zoontje (het feest was in verband met de problemen uitgesteld) letterlijk de vernieling in gedronken, in alle eenzaamheid, een dood die doet denken aan die van de wereldberoemde Welsche bard Dylan Thomas, die een delirische dood stierf in een kamer van het Chelsea Hotel in New York, ver weg van huis en degenen die hem trouw waren gebleven.

Uit interviews met de zanger en uit verklaringen van mensen die hem goed hebben gekend, komt De Vos naar voren als een wat dwarse, in zichzelf gekeerde, even egoïstische als onzekere figuur die pas tot leven kwam als hij op het podium stond. Een eigenschap die je bij artiesten wel vaker tegenkomt. Op het podium zijn ze bijzonder, daarbuiten zijn het net mensen. 

Vlak nadat zijn overlijden werd bekend gemaakt, kreeg ik de vraag hoe het nieuws in Nederland was ontvangen. Geen idee. Mia is nooit een hit geweest in Nederland en in tegenstelling tot Brel werd De Vos geen late liefde van artiesten als Jerry Arean of Paul de Leeuw. Herman van Veen, die Brel salonfähig maakte in artistiekerige kringen, heeft voor zover ik weet nooit belangstelling getoond voor zijn werk. Sommigen noemden hem te kwetsbaar voor de nuchtere Hollandse ziel; de songs van De Vos zijn songs voor losers, zelfs de ironische ondertoon is melancholiek, alsof lachen pijn doet.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen