vrijdag 14 oktober 2016

Nobele Winnaar, Glorieuze Verliezers



Het is gebeurd (met de prijs?) 


In tegenstelling tot natuurkunde of scheikunde is literatuur iets waar iedereen verstand van denkt te hebben, en dus leidt de bekendmaking van de laureaat door de Zweedse Academie ieder jaar weer tot de nodige discussies. Dit jaar zullen die nog heviger zijn, omdat de winnaar voor het eerst iemand is die niet uit de schone letteren zelf voortkomt, maar uit de popmuziek. De uitspraken waarmee ik de bovenstaande afbeelding heb verluchtigd, heb ik in de afgelopen vierentwintig stuk voor stuk opgetekend uit de mond van schrijvers, journalisten, bekenden.

Een vriend van me, Herman Jacobs, plaatste de volgende tekst van Harry Mulisch op Facebook:

"Als je de Nobelprijs wilt devalueren moet je 'm aan Dylan geven. Dan is het gebeurd met die prijs. Zo is het toch? Hij maakt aardige liedjes, maar het is de inhoud die telt en Dylan is wat dat betreft niet goed genoeg. Dan kun je die onderscheiding beter aan Leonard Cohen geven [...]"

Mulisch vindt Cohen blijkbaar meer geschikt dan Dylan (een mening die wel vaker wordt gehoord) maar de wending 'Dan kun je die onderscheiding beter aan Leonard Cohen geven' klinkt toch een beetje zuur. Goed, liever Cohen dan Dylan, maar eigenlijk liever helemaal geen zanger. Cohen was in literaire kringen overigens ook niet onomstreden. In Daar is het gat van de deur, noemt Gerrit Komrij hem oud wijf en nog een heleboel dingen meer:

"Neuzelaar Cohen, zo wist ik van horen zingen, was de Canadese Humperdinck, de Quebecse Hoes, het Zingend hart van Montreal, en omdat zijn teksten Engels waren, werden ze inderhaast gestencild en voor poëzie aangezien, een reusachtige vergissing (...)" (*1)

Komrij doet deze uitspraken in een recensie van een door Cohen geschreven roman, Beautiful Losers, in 1974 blijkbaar in het Nederlands vertaald als Glorieuze Verliezers. Cohen publiceerde daarnaast ook nog dichtbundels, maar mocht hij de Nobelprijs voor literatuur hebben ontvangen, dan zou hij die te danken hebben gehad aan zijn teksten voor songs als Suzanne en So Long, Marianne, niet voor zijn proza of poëzie. Voor Dylan geldt hetzelfde: uit zijn memoires blijkt volgens Marc Didden dat Dylan goed kan schrijven (*2). Kan zijn, maar de prijs dankt hij aan zijn muziek, of beter: zijn songteksten.

Alleen aan de songteksten? In diverse artikelen worden minder vleiende woorden gewijd aan zijn zangcapaciteiten. Een krakende stem die wel eens gierend uit de bocht ging. Maar hoe zit het met de muziek? Een nummer als One More cup of Coffee (van het album Desire, 1976) telt een paar aardige verzen, maar is moeilijk voorstelbaar zonder de muziek. Zouden we de volgende tekst een tweede blik waardig keuren, indien ze niet werden gezongen?

Your sister sees the future
Like your mama and yourself
You've never learned to read or write
There's no books upon your shelf
And your pleasure knows no limits
Your voice is like a meadowlark
But your heart is like an ocean
Mysterious and dark


(Tekst loopt onder de clip door)



One more Cup of Coffee is geen uitzondering. Dylan is wel een 'songsmid' genoemd, iemand die goed ambachtelijk werk aflevert maar vaak terugvalt op rijmelarij. In Like a Rolling Stone laat hij vier opeenvolgende verzen rijmen via de woorden out/about/loud/proud. Het werkt, maar alleen als je het hem hoort zingen, en het werkt mede dankzij het ritme en de hypnotische orgelriff. Deze riff was geen idee van hemzelf (maar van de sessiemuzikant Al Cooper) en werd pas in een laat stadium toegevoegd, omdat Dylan ontevreden was over het arrangement. Anders gezegd: hij ging niet altijd impulsief te werk (en was ook geen dictator die de creativiteit van anderen onderdrukte, iets wat hem ook weleens is aangewreven).


A song and dance man


Op de vraag of hij zichzelf als een dichter zag, antwoordde Dylan zelf ooit: I'm a song and dance man. Dit soort uitspraken voeden mede de gedachte dat hij als singer-songwriter per definitie niet in aanmerking zou komen voor de Nobelprijs voor literatuur. Volgens de dichter Dirk van Bastelaere is het Nobelprijscomitee

"(...) een pad ingeslagen vanwaar geen terugkeer mogelijk is. Voortaan moet de integrale tekstproductie van de globale cultuurscene in overweging worden genomen." (*3)

Door Dylan te bekronen, ligt de weg volgens Van Bastelaere nu open voor auteurs van filmscripts of - wie weet - stripverhalen (die hebben meestal ook tekst). Andere schrijver zitten op dezelfde lijn: volgens Abdelkader Benali devalueren we de prijs door Dylan de Nobelprijs te geven. Jeroen Olyslaegers noemt het ironisch dat Dylan een literatuurprijs wint, omdat liedjesschrijver en auteur twee verschillende beroepen zijn. Benali en Olyslaegers haasten zich overigens om Dylan te prijzen (blijkbaar om kritische geluiden te smoren), Olyslaegers noemt zich een Dylanfan, Benali vindt Dylan zelfs groter dan de Nobelprijs. Te groot voor de Nobelprijs, het is toch wel een geheel nieuw inzicht.


Waarom nu?


Hoe men het ook wendt of keert, de Nobelprijs voor Dylan is revolutionair. Dylan werd al jaren genoemd als mogelijke winnaar, maar weinigen hielden er rekening mee dat hij daadwerkelijk zou worden gelauwerd; men vermoedde dat de Academie deze stap niet zou durven zetten, en in het verleden was dit wellicht ook zo. Waarom durfde de Academie deze stap nu wèl aan?

In zijn recente studie Als mijn geheugen me niet bedriegt (*4), beschrijft Douwe Draaisma, hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de universiteit van Groningen, een eigenaardig verschijnsel dat bij onderzoekers bekend staat als de reminiscentiehobbel: als oudere mensen wordt gevraagd om de belangrijkste herinneringen op een rijtje te zetten, blijken deze herinneringen zich op te hopen tussen het vijftiende en dertigste levensjaar. Ook in autobiografieën is een dergelijke hobbel doorgaans aan te wijzen. Deze hobbel, zo blijkt uit studies, heeft ook invloed op de popmuziek die door een persoon wordt gewaardeerd. Draaisma spreekt van een popvenster: het zicht op de popmuziek van de gemiddelde persoon wordt begrensd door het vijftiende en dertigste levensjaar. Door dit verschijnsel spreken mensen van muziek 'uit hun eigen tijd'.

Academies zoals de Zweedse (en de Franse) zijn doorgaans bejaardenhuizen. Een blik op de lijst van huidige leden leert dat er weliswaar enkele jongere personen deel uitmaken van het gezelschap, maar dat het gros van de leden personen zijn die vóór 1950 zijn geboren, mensen die zijn opgegroeid met de muziek van Dylan. zijn songs vallen, anders gezegd, binnen hun popvenster, de herinneringen aan hem, maken deel uit van de reminiscentiehobbel. In het verleden durfden de leden van de Academie waarschijnlijk de stap om iemand als Dylan te bekronen niet te zetten, of vonden zij de tijd daarvoor nog niet rijp. De huidige leden hadden echter de juiste (rijpe) leeftijd bereikt voor deze stap.

Mijn Dylan


Fans  van het eerste uur geven doorgaans de voorkeur aan Dylans vroege werk, daterend uit de tijd dat hij nog de protestzanger was, en ook de man die de traditie van een songwriter als Woody Guthrie verbond met die van de auteurs van de Beat Generation. Die tijd valt buiten mijn reminiscentiehobbel en mijn houding tegenover legendarische albums als als The Freewheelin' Bob Dylan en Highway 61 Revisited is nog altijd een beetje ambivalent. Geheel in overeenstemming met de theorie, geef ik de voorkeur uit het werk uit zijn middenperiode, met name de jaren Zeventig, met albums als het reeds vermelde Desire en Blood on the Tracks (1975). Van zijn latere werk is Time out of Mind uit 1997 (met onder meer het prachtige Not Dark Yet) een persoonlijke favoriet. Voor de beste nummers en de beste verzen moet je soms goed zoeken. Van een album als Desire kennen de meeste mensen vooral een song als Hurricane, maar de echte pareltjes liggen verscholen in de hoeken en vouwen van de plaat, daar waar de groeven overgaan in het label. Wat te denken van de volgende verzen:

Oh sister when I come to knock on your door
Don't turn away you'll create sorrow
Time is an ocean but it ends at the shore
You may not see me tomorrow.




Noten:

* (1) Gerrit Komrij, Een Joyce voor Teenagers, in: Daar is het gat van de deur, Uitgeverij Synopsis,  1974, p. 190
* (2) Marc Didden, De zang- en dansman die ook schrijver bleek, De Morgen, 14-10-2016
* (3) Geplaatst op Facebook
* (4) Douwe Draaisma, Als mijn geheugen me niet bedriegt, Historische uitgeverij, Groningen 2016, p. 97-104



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen