zondag 20 oktober 2013

Zwarte Piet, wiede wiede wiet





Ach ja, Zwarte Piet. Vroeg of laat ontdekken we allemaal dat Sinterklaas niet bestaat, en dan is het ook gedaan met het geloof in Piet. De meeste jongens in de straat waren ouder dan ik, en daarom leerde ik de waarheid snel kennen, maar het duurde even voordat ik het wilde geloven. Als ouders zo graag cadeautjes gaven aan hun kinderen, waarom gaven ze die dan niet gewoon, waar was die geheimzinnigheid voor nodig? Pas later drong het tot me door dat de aardigheid juist in deze geheimzinnigheid school. Een oude Heilige die over het dak reed, zijn knecht die door de schoorsteen kroop. Dat was allemaal prachtig, veel leuker dan de cadeautjes. Het ging om het spel, niet om de knikkers.

Sommige dingen vielen plots op hun plaats. Om de spanning op te drijven, mochten we in de weken voorafgaand aan het Heerlijk Avondje onze schoen al eens bij de schoorsteen zetten. Als je braaf was geweest, zat daar de volgende dag een kleinigheidje in, een Sinterklaasje van chocola, een potlood, iets dergelijks. Een klasgenootje kwam echter aanzetten met een kompas. Zat in mijn schoen, zo bazuinde hij overal rond. Iedereen was jaloers en niemand begreep er wat van, want dat jongetje was helemaal niet braaf geweest. Hij was een etterbak en op school gooide hij er met de pet naar. Maar zijn Sinterklaas en Zwarte Piet hadden wel een florerend transportbedrijf. Het ging om het spel, maar het werd wel gespeeld met knikkers.

Godfried Bomans
Sinterklaas was in die tijd een persoon met wie rekening moest worden gehouden. Wie stout was kreeg immers de roe. En dan te bedenken dat Sinterklaas voor mijn generatie al heel wat vriendelijker was dan voor de generaties die aan ons waren voorafgegaan. Godfried Bomans kan heel smakelijk verhalen over de tijd waarin de Sint nog sprak van dood en verdoemenis:

"Ik was als de dood voor de man. Hij werd in ons gezin vertolkt door een zwager van mijn moeder, een zure vrijgezel uit Rotterdam, die zijn verdrongen erotiek jaarlijks liturgisch gestalte gaf. Hij kwam handenwrijvend met de trein aan en verkleedde zich in de fietsenschuur, samen met twee tantes, want zo was hij wel. De tantes (…) speelden voor Piet. Zij waren zonder oom en daarom nogal geladen. Dit gefrustreerde trio verliet in vol ornaat de fietsenschuur en repte zich driftig door de tuin naar de keukendeur. (...) Wat hij daar zag moet hem met enige voldoening vervuld hebben. Vijf krijtwitte broertjes keken hem verbijsterd aan en mijn enige zusje zat onder tafel.' Dit was slechts het begin." (1)

Ondanks deze nare ervaring groeide Bomans uit tot één van Neerlands grootste liefhebbers en kenners van het Sinterklaasfeest. De studie van Sinterklaas vond hij één van de meest verwaarloosde onderdelen van de dogmatiek. Iedere bisschop diende volgens hem doorkneed te zijn in de Sinterklaaskunde, zodat hij de taak zou kunnen overnemen mocht Sinterklaas plots last krijgen van een verkoudheidje of een ander ongemak. Opvallend is dat Bomans het ook al heeft over een verschijnsel dat ons ook vandaag de dag weer kwelt: de pogingen om Zwarte Piet tot persona non grata te verklaren. "Ach," zegt Bomans - duidelijk geërgerd - "ik was laatst in Afrika en daar hadden ze een Witte Piet, ze konden hem anders zo slecht onderscheiden van de rest van de bevolking. Laat die mensen toch."

Veel pogingen om Zwarte Piet te verbannen, komen voort uit de zorg om de tere kinderziel. Volgens Nicolaas Matsier (2) zijn er in de afgelopen halve eeuw vier aanvallen uitgevoerd op de Heilige en zijn knecht: door dominees, Maria Montessori, anti-autoritaire ouders en onderwijzers en - meer recent - bange politiek correcte crècheleidsters (Zwarte Piet = racisme).  Matsier schreef in 2000, van zijn crècheleidsters hoor je niet veel meer de laatste tijd, maar de klacht van racisme is gebleven. En nog steeds gaat het om de kinderziel. Op TV kwam een van oorsprong Surinaamse performance artist (zo wordt hij genoemd, ik weet verder van niks) vertellen dat hij ooit had gehoord hoe zijn moeder door een handelaar 'Zwarte Piet' werd genoemd. Vreselijk. Hij moest er als volwassene nog bijna van huilen. Een paar dagen later zat een heuse schrijver met een voormalige Surinaamse klasgenoot in de studio, en verhip, hij er nooit bij stilgestaan, maar Zwarte Piet was inderdaad racisme. Hij had er nooit bij stilgestaan? Waar was die man geweest, in al die jaren? Nooit iets gelezen?  

Piet als page
Hoewel Bomans en ik (bien étonnés de se trouver ensemble) beiden slechte ervaringen hebben met Sint en Piet (ik zal dat kompas nooit vergeten) hebben we er geen trauma's aan overgehouden. De tere kinderziel kan wel tegen een stootje. Een persoon die een volwassen vrouw Zwarte Piet noemt, is in de eerste plaats een ongelikte beer die slechte grappen maakt. Maar, zo zeggen de vijanden van Piet, het gaat niet om het feest, of om slechte grappen, of zelfs maar Piet, maar om de achtergrond van racisme en slavernij. Zwarte Piet is in die lezing een Negentiende-eeuwse toevoeging aan de Sinterklaasmythe. Sinterklaas, van oorsprong een Heilige en een kindervriend, werd dankzij Pietermanknecht een slavendrijver. Zoals een Amerikaanse komiek opmerkte naar aanleiding van een optocht met Pieten: What the fuck? It's an army of black slaves!

Ik heb ook lange tijd gedacht dat Zwarte Piet van oorsprong een slaaf was. Het personage van de zwarte knecht, werd in 1850 geïntroduceerd door de onderwijzer Jan Schenkman in zijn boekwerkje Sint Nikolaas en zijn knecht, en de oudste afbeeldingen tonen hem inderdaad als een page. Maar het blijkt toch niet zo eenvoudig te zijn. In een opgemerkt artikel in De Volkskrant, ZwartePiet is nooit een Slaaf geweest, betoogt Arnold-Jan Scheer dat Piet geen Afrikaan, Moor of Creool is, of zelfs maar een knecht van Sinterklaas. Hij is de invulling van een archetype dat in de loop der eeuwen, of zelfs millennia, op verschillende wijzen is ingevuld. Zwarte Piet is, anders gezegd, een syncretisme, een hybride figuur in wie Oosterse, Westerse en Zuiderse invloeden samenkomen.

Het zwart maken van lichaam en gezicht herleidt Scheer, via Griekse schrijvers als Herodotus en Tacitus, tot oorspronkelijke Sjamanistische tradities. In de loop der tijden zal het personage steeds nieuwe attributen ontvangen (zoals de roe) en worden gespiegeld aan steeds andere archetypische figuren, zoals de hofnar of de vrolijke tegenhanger van schelmse figuren als Tijl Uilenspiegel of Don Quichotte; op die manier wordt hij een neefje van Lamme Goedzak, Sancho Pancha of Arlecchino (Harlekijn) (die ook een zwart gezicht heeft). Het zwart maken van het gezicht blijkt trouwens niet aan Nederland of Sinterklaas gebonden te zijn, maar op verschillende plaatsen in de wereld, bij uiteenlopende gebeurtenissen, te worden uitgevoerd: Scheer vermeldt onder meer Cornwall, Curaçao (!) en Perzië (bij de komst van het nieuwe jaar, het gebruik gaat terug op Zarathustrische tradities).

Odin
Volgens de Britse historica H. A. Guerber is de hele Sinterklaasmythe ouder dan Sinterklaas zelf, of althans door veel oudere mythen bevrucht (3). Ze ziet al sterke parallellen met de Germaanse god Odin die op zijn  witte paard (!) Sleipnir aan een helletocht begint. De tocht naar de hel op de schimmel, zou aan de oorsprong kunnen liggen van het verhaal dat op 5 december de stoute kinderen via de schoorsteen worden ontvoerd en meegenomen naar duivelse oorden. Odin werd trouwens vergezeld door twee zwarte helpers, de raven Huginn and Muninn, die net als Zwarte Piet door de schoorsteen konden kruipen (Odin en zijn paard waren natuurlijk te groot). De schoorsteen (toen niet veel meer dan een gat in het dak) en het trotseren van rook en roet wordt ook wel aangehaald ter verklaring van de zwarte kleur van de vogels (zo werden de raven zwart).

Ook van Zwarte Piet wordt gezegd dat hij zijn zwarte kleur te danken heeft aan zijn klauterpartijen door de schoonsteen. Door tegenstanders van Piet wordt soms in spottende zin verwezen naar deze verklaring, zo van: dat kan toch niet, duidelijk een smoesje, en kijk eens naar die lippen. Alsof deze verklaring in volle ernst wordt aangevoerd. Nee, Zwarte Piet dankt zijn kleur niet aan de schoorsteen, en de raven ook niet. Waar het dit soort mensen aan ontbreekt, in vrij ernstige mate, is fantasie. Een gebrek aan fantasie leidt vrijwel altijd tot fanatisme en vernielzucht. Alles moet kapot, weg, cultuur, traditie, weg, weg. Tradities hoeven niet te worden gerespecteerd louter en alleen omdat ze tradities zijn, maar niemand wordt tot slavernij gebracht, en de zwarte kleur komt uit een potje. Zwarte Piet is een fantasie, maar de fantasie is zwart. 

Dit artikel leverde fiks wat reacties op, zie hiervoor: Piet (suite)

Noten:

* (1) Godfried Bomans, Het Heerlijke Avondje, Werken, p. 663-665
* (2) Nicolaas Matsier, Voorwoord van: Orderic Vitalis, De Botten van Sinterklaas,
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2000
* (3) H.A. Guerber, Myths of Northern Lands (e-book): http://www.vaidilute.com/books/guerber/guerber-contents.html 






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen