woensdag 17 april 2013

Katzenjammer



In de komische Britse reeks Black Books (2004-2005) speelde de bekende comédienne Tamsin Greig een personage genaamd Fran Katzenjammer. Ik heb enige tijd in de veronderstelling verkeerd dat de bedenkers van de serie deze bizarre naam hadden verzonnen. In Britse series zoals 'Allo 'Allo komen immers wel vaker grappige Duitse namen voor, of althans namen die Britten grappig vinden. Maar Katzenjammer bleek, net als Schadenfreude, een bestaand Duits woord, onvertaalbaar, en daarom letterlijk opgenomen in verschillende talen, ook het Engels. Er schijnt zelfs een Noorse punkband genaamd Katzenjammer te bestaan, louter bestaande uit jonge, wilde meiden. Dat zal wat gejammer opleveren.

Oorspronkelijk gaat het woord terug op een doordringend geluid, niet noodzakelijk kattengejammer, maar toch iets waar dat op lijkt, zoals bijvoorbeeld een nagel die over een schoolbord krast. Tegenwoordig wordt het vooral gebruikt voor een complete wanorde of (nog vaker) een buitengewoon hardnekkige kater. Katten hebben zeven levens, zoals men weet, katers gaan ook lang mee. Althans, die indruk moet Jan Fabre zo langzamerhand hebben. Maanden na de katjes verschijnt er plots weer iemand op Internet die hem aan de pijnlijke affaire herinnert. De man draagt een Guy Fawkesmasker en zegt een vertegenwoordiger te zijn van Hackers Anonymous. De boodschap liegt er niet om. In het Engels wordt Fabre toegebeten dat het collectief niet vergeet of vergeeft. Jan mag op represailles rekenen. We weten je te vinden, aldus de anonieme boodschapper.

Dat klinkt allemaal niet zo fraai. Ik hou niet van dreigementen, en zeker niet van dreigementen die anoniem worden geuit. Ik hou echter ook niet van Jan Fabre, en al evenmin van de manier waarop hij op de gebeurtenissen meent te moeten reageren. In De Morgen laat een medewerkster van Fabre (hij heeft het blijkbaar zelf zo druk met creatief zijn dat hij geen tijd heeft om de pers te woord te staan) weten dat het allemaal oude koek is, neiges d'antan. Anonymous verwijst volgens de medewerkster, Joke de Vos, naar een installatie met vogelspinnen die in december (nog voor het kattengejammer) plaatsvond. Volgens haar heeft Jan alles geregeld met Michel Vandenbosch van GAIA en heeft die organisatie laten weten dat ze zich 'volledig distantieert' van de aanval op Fabre's websites. 'We zouden graag met onze creaties in het nieuws komen en niet steeds met deze fait divers', aldus Joke. Onze creaties - bij Fabre wordt blijkbaar ook collectief gedacht.





In een installatie genaamd Mygales attaquent la ville liet Fabre voor het oog van het publiek vogelspinnen met elkaar vechten. Om het spectaculairder te maken, plaatste hij scheermesjes rechtop in de installatie. Na aandringen van GAIA, besloot hij wat nagellak op de mesjes te spuiten, om ze minder scherp te maken. GAIA, bij monde van Michel Vandenbosch, nam daarmee geen genoegen, en liet de installatie verwijderen. Het is dus ronduit misleidend om te zeggen dat Fabre alles met GAIA heeft geregeld (hij heeft beloofd ze in het vervolg te waarschuwen indien hij iets met levende dieren wil doen, zodat ze de installatie kunnen controleren). Dat GAIA afstand neemt van de actie van de hackers, is niet meer dan logisch (per slot van rekening is hacking strafbaar), en zegt niets (positiefs) over Fabre. Ook de berichtgeving in De Morgen is doorspekt met halve waarheden. Zo meldt de krant dat Fabre werd aangevallen tijdens het joggen, terwijl men toch zou moeten dat dit verhaal de nodige twijfels opriep, onder meer bij Michel Vandenbosch, die Fabre later die dag tegen het lijf liep. Fabre zou zelfs tijdens het joggen door zeven mannen met knuppels in elkaar zijn geslagen, maar weigerde klacht neer te leggen, en zag er volgens Vandenbosch allesbehalve gehavend uit. En verder: De aanslag zou hebben plaatsgevonden in een park, op zondagmorgen. Dat wekte bij mij onmiddellijk verbazing. Zijn er dan geen tientallen getuigen? 


Je merkt aan de reactie van de medewerker van Fabre dat de men de hele ophef  rond het kattengejammer beschouwt als veel gedoe om niets, of zelfs een hetze. Ook in kranten en tijdschriften werd na verloop van tijd die kaart getrokken. De filosoof Johan Braeckman sprak van een tipping point, een verschijnsel dat blijkbaar ooit zou zijn beschreven door een Canadese schrijver: Als 30.000 mensen een boek hebben gekocht, is de kans groot dat uiteindelijk zeker 100.000 het boek zullen kopen. Eerst was één persoon tegen Fabre, toen zeer velen, en uiteindelijk vrijwel iedereen. Anders gezegd: men kakelde elkaar maar wat na. Ook werd de vraag gesteld of het allemaal wel zo erg was wat Fabre had gedaan. Op dezelfde dag dat de katjes de lucht in werden gegooid, werden duizenden schapen zonder verdoving gekeeld voor een religieus feest, zo benadrukte de auteur Jan Desmet, en was dat niet veel erger? Verder werd in diverse artikelen (Desmet deed overigens vrolijk mee) een poging ondernomen om het verzet tegen de moderne kunst van Fabre af te doen als 'populistisch' (het modewoord van onze tijd), iets van simpele zielen die jaloers zij op de grote kunstenaar Jan Fabre.

Zij die het verzet tegen Fabre en moderne kunst afdoen als platvloers en populistisch, hebben blijkbaar nooit gehoord van de onlangs overleden kunstcriticus Robert Hughes (Nee, niet Howard, Robert), die een ware kruistocht heeft gevoerd tegen wat hij zag als namaakkunst, pure rommel, of de Franse filosoof André Comte-Sponville, die de knuppel in het hoederhok gooide met artikelen en lezingen waarin hij vernietigend uithaalde naar de door hem verachte l'art contemporain. Blijkbaar hebben ze ook nooit gehoord van Michel Onfray en diens bestseller Faut-il brûler l'art contemporain? 

De kritiek van iemand als Jan Desmet is lastiger te weerleggen. Voor een deel is wat hij zegt namelijk juist. Ja, er bestaat erger dierenleed, ook in de Zoo die Fabre plots de toegang tot het terrein ontzegde. En ja, het kelen van schapen zonder verdoving is vele malen erger dan het opgooien van katjes. Men kan ophef rond een misstand echter niet wegwuiven door te verwijzen naar een nog veel grotere misstand. Geen misstand is zo groot of er bestaat wel een grotere.  Als men op die manier redeneert, kan men op den duur nog slechts één misstand aanpakken: de allergrootste. Zolang die niet is aangepakt, mogen alle andere misstanden gewoon blijven bestaan.

Protest tegen dierenleed is en blijft nodig, zo blijkt ook uit de reacties van Fabre en zijn medewerkers. Figuren als Fabre die hun werk en vooral zichzelf oneindig ver boven enig leed van levende wezens verheven voelen, zullen uit zichzelf nooit trachten dergelijk leed te vermijden: ze zullen er toe moeten worden gedwongen. Dieren bevinden zich in een kwetsbare positie, ze kunnen zelf geen klacht neerleggen, enkel krijsen, voor officieel verzet zijn ze op ons aangewezen. Tot diep in de jaren zeventig, werden paarden en andere dieren straffeloos gekweld in westerns en andere actiefilms. Bij het filmen van They died with their boots on (1941) lieten tientallen paarden het leven, in Pat Garret & Billy the Kid (1973) werden kippen tot aan hun nek ingegraven en vervolgens met vuurwapens onthoofd. Tegenwoordig lees je op de aftiteling vaak het zinnetje: No animals were hurt in the making of this film. Allemaal dankzij het feit dat er ooit dierenbeschermers waren, die kunstenaars tot de orde riepen.


1 opmerking:

  1. Oh wat leuk … een referentie naar Katzenjammer en ik voeg daar dan het woord Kids aan toe. Katzenjammer Kids: een Amerikaanse comic strip gecreëerd door de Duitse immigrant Rudolph Dirks en gedurende 37 jaar getekend door Harold Knerr. De strip debuteerde op 12 december1897 in de American Humorist, het zondagse supplement bij William Randolph Hearst's New York Journal. Dirks was de eerste cartoonist die voor de dialogen speech balloons gebruikte. Little Nemo in Wonderland en de Katzenjammer Kids, het nec plus ultra van de stripwereld. Sorry Robert Crumb, S. Clay Wilson, Will Eisner, Ever Meulen, Joost Swarte, enz.

    BeantwoordenVerwijderen