vrijdag 16 augustus 2013

Gedonder over de Duivels



Er is weer eens gedonder over de Duivels. Vroeger hield dat in dat de laatste paar fans riepen om een nieuwe bondscoach na de zoveelste beschamende nederlaag. Maar inmiddels zijn de Duivels een winnend elftal, en wil iedereen met ze geïdentificeerd worden. Ik heb al diverse malen de opmerking gehoord dat De Wever niet al te veel haast moet maken met de scheiding van het land, want de Rode Duivels moeten eerst wereldkampioen worden. In krantenartikelen worden ze ingezet als symbolen van nationale trots en eenheid. Walter Pauli vraagt zich af of het land zomaar uiteen kan vallen als de Duivels in volle voorbereiding zijn op het wereldkampioenschap voetbal. De verkiezingen vinden immers in Mei plaats, het WK begint in Juni. Never change a winning team, moet Pauli de Boskabouter gedacht hebben. Nu het goed gaat, meent ook iedereen verstand van voetballen te hebben.

Ik kan de fans op dat punt geruststellen: ook als België uiteen zou vallen, zouden de Duivels in Brazilië mogen aantreden. Op het Europees Kampioenschap van 1992 werd de voormalige Sovjet-Unie vertegenwoordigd door een team genaamd G.O.S. (in het Engels C.I.S.), de Gemenebest van Onafhankelijke Staten (Commonwealth of Independant States). Het team van de Sovjet-Unie had zich geplaatst voor het eindtornooi, maar het land was inmiddels uiteengevallen. De Unie van voetbalbonden van de G.O.S. werd op 11 januari opgericht en twee dagen later door de Fifa erkend. 

Dit voorval wijst op een eigenaardigheid waar veel mensen zelden bij stilstaan: een nationaal team vertegenwoordigt feitelijk geen land, maar een bond. Binnen in één staat, kunnen dus verschillende voetbalbonden bestaan, hetgeen bijvoorbeeld het geval is in het Verenigd Koninkrijk: Engeland, Schotland, Wales en Noord Ierland hebben  ieder hun eigen bond en komen afzonderlijk uit op internationale voetbaltornooien (in andere sporten is dat niet zo, op de Olympische Spelen wordt het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigd door één enkele Britse delegatie). In het clubvoetbal hebben sommige bonden geen een eigen profcompetitie: Swansea komt uit in de Engelse Premier League.

Toen de Duivels nog op de ene na de andere nederlaag werden getrakteerd, zag je zelden iemand van de regering of het Koninklijk Huis op de tribune. Alleen Jean-Luc Dehaene werd regelmatig in een voetbalstadion gesignaleerd, maar voornamelijk in Brugge. Nu de ene na de andere tegenstander aan de zegekar wordt gebonden, duikt zelfs prinses Mathilde op tussen de supporters. De gedachte achter dit alles is dat de prestaties van het nationale voetbalteam invloed hebben op de toestand van het land. Of zoiets ooit is onderzocht, weet ik niet. De miraculeuze overwinning van de Duitse Mannschaft in de finale van het Wereldkampioenschap van 1954 wordt soms gezien als het begin van het Duitse Wirtschaftswunder (1). Het is al de vraag of de lezing klopt, en verder was deze overwinning wel héél bijzonder: de Duitse vertegenwoordigende elftallen hadden na de Tweede Wereldoorlog aan geen enkel tornooi mogen deelnemen, en jonge natie snakte naar een positieve ervaring waaraan de burgers zich konden optrekken. 

Voor het overige blijft het vaak bij leuke anekdotes; zo herinner ik me dat tijden EURO 2000 in Nederlandse kranten melding werd gemaakt van de goede sfeer in het land. Nederland boekte de ene na de andere overwinning, en huizen, straten en pleinen zagen Oranje van trots. De mensen gingen graag naar het werk, al was het maar om over voetbal te kunnen praten. De Nederlandse vrouwen, openhartig als altijd,  bazuinden rond dat ook de seks veel beter was dan gewoonlijk. Ach jongen, die mannen waren gewoon niet te stoppen! Dat zal allemaal wel, maar je vraagt je af hoe toeging - op het werk en in de slaapkamer - toen Oranje in de Halve finale smadelijk werd uitgeschakeld door Italië, na het missen van niet minder dan vijf strafschoppen. Want dat is natuurlijk de keerzijde van de medaille: als goede resultaten een positieve uitwerking hebben - en het land bijeen houden - hebben slechte resultaten het omgekeerde effect. Voor Belgicisten lijkt me dat geen goed nieuws: aan het WK in Brazilië nemen 32 teams deel, en uiteindelijk kan er slechts één winnen.  Los van dit alles: Sport als vorm van politieke propaganda, het doet mij vooral denken aan de gewraakte jaren dertig. Ik stel voor om de kreet ARME anti-N-VA via een simpele ingreep te 'vertalen' naar ARME anti-NVA'ers. 

Het Europees kampioenschap van 1992 leert ons nog iets anders. De uiteengevallen Sovjet-Unie mocht worden vertegenwoordigd door een inderhaast opgerichte voetbalbond, de G.O.S. De Joegoslavische voetbalbond werd echter de toegang tot het tornooi ontzegd. Joegoslavië had zich geplaatst, maar het land was in oorlog. Dat pikte de UEFA niet. Als De Wever dus na de verkiezingen de onafhankelijkheid uitroept, dan is het zaak om niet te veel stennis te maken. Mocht het organisatiecomité het idee krijgen dat het in het voormalige België oorlog is, dan kunnen de Duivels naar de wereldtitel fluiten. 


* (1)
Voor een Engelstalig artikel van mijn hand over deze merkwaardige wedstrijd (scroll down naar de tekst), zie: FRITZWALTER AND THE MIRACLE OF BERN  

G.O.S. :



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen