Agatha Christie, gedateerd, maar niet verouderd
Haar naam
wordt zelden of nooit in verband gebracht met de schone letteren, maar ze moet
meer jonge mensen aan het lezen hebben gezet dan wellicht enig andere auteur
van boeken gericht op volwassenen. Volgens Agatha Christie Ltd. - het
agentschap dat haar literaire erfgoed beheert - zouden er ruim 4 miljard
exemplaren van haar boeken zijn verkocht, een ongelooflijk aantal (*1). Ikzelf
ontdekte haar op ongeveer twaalfjarige leeftijd. Tussen de weinige boeken die
wij in huis hadden, vond ik een pocket getiteld Moord onder Vuurwerk.
Dat was een titel die me aantrok. Ik begon te lezen en was eigenlijk meteen
verkocht. Dit was veel spannender dan de avonturenromans van Karl May of Edgar
Rice Burroughs die ik tot dan toe had verslonden.
Ik bleef
een slaaf van haar werk tot aan mijn zestiende of daaromtrent, daarna bekoelde
de liefde enigszins. Haar romans zijn puzzeldetectives, dat wil zeggen:
spannende verhalen waarin de vraag centraal staat 'wie het heeft gedaan'.
Ervaren lezers weten die vraag steeds sneller te beantwoorden, en dan raakt de
aardigheid er grotendeels af. Toch verloor ik haar nooit helemaal uit het oog.
Mijn kennis van haar oeuvre bleef gaatjes vertonen en met name in het
buitenland werd ik telkens weer bekropen door de behoefte om te gaan zoeken
naar onbekende titels. Zo heb ik De Laagte (The Hollow) gelezen in een
Italiaanse vertaling getiteld Il Rifugio. Enkele andere titels ken
ik via Franse of Duitse vertalingen. Ik heb geprobeerd om Five Little
Pigs te lezen als Fem små grisar, maar
mijn Zweeds bleek niet toereikend.
Agatha
Christie werd op 15 September 1890 geboren in de Zuid-Engelse badplaats Torquay
als Agatha Clarissa Miller. ‘Christie’ was de naam van haar eerste echtgenoot
en ze zou die naam, op aandringen van haar uitgever, als schrijfster blijven
dragen, ook na de scheiding. Ze was een nakomelingetje (haar broer en zus waren
respectievelijk tienen elf jaar ouder) en haar ouders weigerden haar naar
school te sturen. Agatha krijgt thuisonderwijs en groeit mede daardoor vrij
eenzaam op: ze speelt vaak alleen en heeft imaginaire vriendjes over wie ze
ingewikkelde verhalen fantaseert. Ze begint al op jeugdige leeftijd te
schrijven maar haar manuscripten worden door diverse uitgeverijen geweigerd.
Als lezeres heeft ze een voorkeur voor detectiveromans, met name voor het werk
van Sir Arthur Conan Doyle. Haar eerste detectiveroman, The
Mysterious Affair at Styles, is een typische puzzeldetective, maar diverse
romans uit haar vroege periode zijn verkapte spionageromans. De verhalen ademen
de sfeer van de Eerste Wereldoorlog, met hun grote samenzweringen, Pruisische
boeven en brave patriottistische helden. Het puzzelelement komt trouwens toch
vaak om de hoek kijken: de aloude vraag ‘wie is de dader’, wordt nu: ‘Wie is de
spion?’
Agatha
Christie schreef toneelstukken, romantische verhalen, gedichten, enkele
autobiografische werken, en verhalen met een bovennatuurlijke inslag (ze zou
haar leven lang belangstelling houden voor occulte zaken), maar de wereld kent
haar toch vooral als The Queen of Crime (haar meest
succesvolle toneelstuk, The Mousetrap, is trouwens een
moordmysterie). Er is vaak schertsend opgemerkt dat de Koningin van de
misdaad eigenlijk weinig verstand had van misdaad en misdaadbestrijding. Dat
klopt weliswaar niet helemaal, van sommige zaken had ze juist erg veel
verstand, maar het is bekend dat ze niet goed kon onthouden wat het verschil
was tussen een revolver en een pistool en daarom vuurwapens zo weinig mogelijk
ter sprake bracht. Raymond Chandler hekelde in een beroemd geworden essay de
ongeloofwaardigheden in de puzzeldetectives van Britse dames zoals Agatha
Christie en haar grootste rivale, de nu bijna vergeten Dorothy Sayers (*2).
Deze dames hadden volgens hem de wereld van de misdaad gedomesticeerd, de
bloedhonden van de misdaad omgetoverd tot schoothondjes.
Zoals
gezegd waren er ook zaken waar ze juist erg veel vanaf wist.
Een daarvan was vergiftiging, wat daardoor (uiteraard) een van haar favoriete
thema's werd. In haar jeugd had ze enige tijd gewerkt als apothekersassistente
en tijdens de Tweede Wereldoorlog deed ze vrijwilligerswerk in een universiteitsziekenhuis.
De lijst met vergiften die ze in haar romans is gebruikt is erg lang en haar
kennis op dat gebied was zelfs zo goed dat de beschrijving van de uitwerking
van het gif thallium in The Pale Horse (1961) tot drie keer
toe een doorslaggevende rol speelde bij een onderzoek naar vergiftiging; twee
levens werden daarbij gered en een seriemoordenaar kon worden gearresteerd
(*3).
Haar
eerste echtgenoot, Archibald 'Archie' Christie, een RAF-officier, was voor haar
een voorname bron van informatie, maar het huwelijk met 'Archie' zoals ze hem
haar leven lang zou noemen - hield geen stand. De scheiding viel haar zeer
zwaar en leidde mede tot haar roemruchte verdwijning (Zie: Speciale Noot). Met
Archie had Agatha al een wereldreis gemaakt, een promotietour voor de
British Empire Expedition (1924), een soort wereldtentoonstelling, maar het was
vooral haar tweede echtgenoot, de archeoloog Max Mallowan, die haar liet
kennismaken met exotische oorden en culturen, met name Het Midden-Oosten. Ze
verwerkte de impressies die ze opdeed veelvuldig in haar verhalen, getuige
titels als Murder on the Nile (1937), Murder in
Mesopotamia (1936) en They Came to Bagdad (1950). Een
hoogstandje op dat gebied is Death Comes at the End (1944),
dat zich niet afspeelt in de 20ste eeuw - zoals al haar andere romans - maar in
het oude Thebe, ongeveer 2000 jaar voor Christus. Voor dat boek won ze niet
alleen informatie in bij haar echtgenoot, maar ook bij de Egyptoloog Stephen
Glanville, een huisvriend. De inhoud baseerde ze trouwens deels op authentieke
brieven uit de periode die waren vertaald door de wereldberoemde Egyptoloog en
filoloog Battiscombe Gunn (1883-1950).
Agatha
Christie was zeer bedreven in het bedenken van intriges, maar had de neiging om
trucs die haar (en haar lezers) goed waren bevallen te recycleren: de
verbluffende plotwending die The Murder of Roger Ackroyd (1926)
tot zo'n bizarre leeservaring maakte (de meeste fans vertellen enthousiast hoe
ze in de val trapten - ja, ik tuinde er ook in), wordt opnieuw toegepast
in Endless Night (1966), een zeer saaie detective. In diverse
romans pleegt iemand een ‘mislukte’ aanslag op zichzelf om alle verdenkingen af
te wenden en in weer andere boeken, zoals Peril at the End House en A
Murder is Announced is telkens sprake van persoonsverwisselingen die
op een bepaalde manier cruciaal zijn voor de plot. Vaak is het de dader die -
om verwarring te scheppen - de identiteit van een familielid aanneemt, maar
soms - zoals in Cat among the Pigeons (een van haar betere
latere romans) - betreft het een verder onbelangrijke nevenfiguur die alleen is
geïntroduceerd om de lezer op een dwaalspoor te brengen.
Toch heeft
ze ook een paar opmerkelijke vondsten op haar naam staan. Roger Ackroyd is al
genoemd, maar ook de ontknoping van The Murder on the Orient
Express (1934) zal voor veel lezers een volstrekte verrassing zijn.
Het verbijsterend spannende Ten Little Niggers (1939) (om voor
de hand liggende redenen herdoopt tot ... And Then There Were None) is
een hoogst originele variant op het vigilante-thema: tien criminelen die aan
het gerecht zijn ontsnapt, worden uitgenodigd op een afgelegen eiland, waar
iemand hen één voor één een kopje kleiner begint te maken. De dader moet één
van hen zijn, maar wie o wie is het? In één van haar boeken (ik laat de titel
in het midden om de pret voor toekomstige lezers niet te bederven) choqueerde
ze haar lezers door diverse moorden te laten plegen door een kind. In een
andere roman (ik laat de titel opnieuw in het midden) gaat ze op een hoogst
originele manier om met één van de grootste clichés van het genre, namelijk dat
de meest aannemelijke verdachte onmogelijk de dader kan zijn: de moordenaar zet
doelbewust sporen uit die naar hem toe wijzen, in de hoop de politie op die
manier op een dwaalspoor te brengen. In werkelijkheid zou een moordenaar zoiets
natuurlijk wel uit zijn hoofd laten, maar binnen het genre puzzeldetective is
het een aardige vondst.
In haar
eerste detectiveroman, The Mysterious Affair at Styles, treedt
meteen ook haar bekendste schepping op, de Belgische privédetective Hercule
Poirot. Hij treedt ook op in The Murder of Roger Ackroyd (1926),
haar beroemdste roman. Haar beste werk dateert echter vooral van de jaren
dertig en veertig, toen haar creativiteit rijp en krachtig was. Mijn
persoonlijke favoriet is Towards Zero (1944) - in het
Nederlands erg ongelukkig vertaald als De Moordenaar droeg Blauw.
Het boek valt op door interessante karaktertekeningen en een zorgvuldige
opbouw; de misdaad laat enige tijd op zich wachten en de schrijfster werkt
geduldig toe naar een huiveringwekkende climax.
Het
grootste bezwaar dat tegen het werk van Agatha Christie in de loop der jaren is
ingebracht, naast haar tamelijk vlakke stijl, is het gebrek aan realiteitszin.
De politie komt er bij Agatha Christie nogal bekaaid af, er wordt weinig aan
sporenonderzoek gedaan en ondervragingen zijn vaak kort en oppervlakkig. Zelfs
een machtige organisatie als Scotland Yard is voor het oplossen van moordzaken
grotendeels afhankelijk van Hercule Poirot en Miss Marple. Voor een
deel is dat echter de charme van haar werk: ze schept een soort eigen universum
waarin het onwaarschijnlijke aannemelijk wordt en we aanvaarden dat een oud
dametje professionele speurders aftroeft. De vroege spionageverhalen vertonen
een vage gelijkenis met de toenmalige werkelijkheid - de tijd van het
interbellum - maar het is tekenend dat het voornaamste spionagewerk wordt
uitgevoerd door personages als Tommy & Tuppence en Lady Eileen 'Bundle'
Brent: zij zijn geen geheime agenten in dienst van Hare Majesteit, maar
avontuurlijk ingestelde jonge mensen met een upper-middle of upper-class
achtergrond, mensen zoals Agatha Christie zelf...
De wereld
van Agatha Christie lijkt zich grotendeels onder een stolp te bevinden,
afgesloten van de werkelijkheid. Een uitzondering is The Murder on the
Orient Express, gepubliceerd in 1934, dat zijdelings is gebaseerd op
de Lindbergh Affaire die in de jaren daarvoor alle
krantenkoppen had gehaald. En dan is er nog het curieuze Passenger to
Frankfurt (1970): hierin lopen hippies en andere opstandige jongeren
rond die worden misbruikt door een organisatie die de onrust onder de moderne
jeugd wil gebruiken om een politieke omwenteling te bewerkstelligen. In 1970
werd het boek weggelachen, maar enkele recente kritieken waren minder negatief.
Een criticus merkte op dat Dame Agatha de toenmalige tijdgeest blijkbaar beter
aanvoelde dan veel van haar tijdgenoten.
Dankzij de
vele verre reizen, wist ze wist exotische omgevingen aardig tot leven te
wekken, maar het best was ze toch op dreef wanneer ze haar verhalen situeerde
op het vertrouwde Britse platteland, binnen het milieu dat ze het beste kende,
de gegoede middenklasse met haar bedienden en zorgvuldig bewaarde
familiegeheimen. Die bedienden speelden vaak een cruciale rol in haar verhalen,
met name als vraagbaak en doorgeefluik voor de speurder. Volgens Agatha
Christie hoorden en zagen bedienden alles. Uitgebreide natuurbeschrijvingen
tref je in haar romans niet aan, maar je vindt er soms mooie beschrijvingen van
het gezapige leventje binnen slaperige dorpsgemeenschappen die worden bevolkt
door gepensioneerde militairen, verleidelijke gouvernantes, jaloerse echtgenotes,
huistirannen en de onvermijdelijke roddeltantes. Alles lijkt vredig, maar
achter de keurige façade gaat een wereld van wantrouwen en haat schuil. The
Moving Finger (1942), waarin een brievenschrijver de dorpsbewoners
terroriseert met brieven vol roddels en achterklap, is een mooi voorbeeld van
de verwoestingen die een kwaadwillend persoon in een dergelijke gemeenschap kan
aanrichten.
En dan
zijn er natuurlijk de hoofdpersonages. Agatha Christie schiep een reeks
terugkerende personages, zoals superintendant Battle van Scotland Yard (die in
tegenstelling tot zijn collega's soms wèl een moord mag oplossen) en de
schrijfster Ariadne Oliver, maar de gedachten gaan automatisch uit naar haar
twee beroemdste scheppingen, Miss Marple en Hercule Poirot. Dame Agatha was
zelf erg gesteld op Miss Marple, het oude dametje uit St. Mary Mead, maar haar
lezers gaven vrijwel zonder uitzondering de voorkeur aan Poirot, de Belgische
privé-detective met het eivormige hoofd en de grote snor. Als kind had Agatha
enige tijd in Frankrijk gewoond en ze pronkte graag met haar – overigens
tamelijk beperkte – kennis van de Franse taal. Poirots nogal excentrieke verschijning
en gedrag, en het feit dat hij een klankbord heeft - in de persoon van Kolonel
Hastings - tonen aan dat ze hem had gemodelleerd naar het voorbeeld van Sherlock
Holmes, de excentrieke privé-detective uit de verhalen en romans van haar
grote voorbeeld, sir Arthur Conan Doyle. Maar Poirot en Holmes zouden snel uit
elkaar groeien.
In The
Mysterious affair at Styles gaat Poirot, naar het voorbeeld van
Holmes, nog voornamelijk af op materiële aanwijzingen en is zijn methode in
hoofdzaak analytisch, maar na de eerste paar romans, richt Poirot zich meer op
de psychologie van de dader(s). Aanvankelijk fungeert Hastings als Poroits Dr.
Watson, het doorgeefluik van zijn analyses, de verteller die de lezer aan de
hand meevoert door de complexe gedachtewereld van het genie, maar naarmate de
methodes van Poirot intuïtiever en minder analytisch worden, en meer voor de lezer
verborgen moeten blijven, wordt hij een overbodige bijfiguur; in de vierde
Poirotroman, The Big Four (uit 1927) wordt Hasting tot aan de
ontknoping in het ongewisse gelaten omtrent Poirots bevindingen. Uiteindelijk
zal Hastings helemaal verdwijnen (hij treedt slechts in 8 van de 33
Poirotromans op), maar hij keerde wel terug voor het ultieme avontuur, Curtain,
waarin Poirot sterft.
De meeste
terugkerende personages waren bijfiguren voor Poirot, zoals Inspecteur Japp of
de schrijfster Ariadne Oliver. Anderen, zoals detectives uit hobby Harley
Quinn en Parker Pyne – die vooral in korte verhalen optreden - waren
waarschijnlijk bedoeld als alternatieven voor Poirot, van wie ze - in
tegenstelling tot haar lezers - snel genoeg kreeg. Maar ze bleef hem ten tonele
voeren, naar eigen zeggen omdat het haar plicht was als schrijfster om aan de
behoeften van haar lezerspubliek te voldoen. Curtain, de laatste
Poirotroman werd gepubliceerd in 1975, een jaar voor de dood van de
schrijfster. Ze had de roman geschreven in de jaren veertig, maar bewaard in
een kluis. Het was de bedoeling dat Curtain pas na haar dood
zou worden gepubliceerd, maar ze gaf uiteindelijk een jaar eerder toestemming
voor publicatie omdat ze zichzelf niet meer in staat achtte om nieuw werk te
schrijven.
De dood
van Agatha Christie en de dood van Poirot betekende echter niet het einde voor
de schrijfster en haar schepping. Haar werk lijkt op het eerste gezicht
compleet gedateerd, maar juist dat gebrek aan realiteitszin heeft het blijkbaar
tijdloos gemaakt: haar boeken worden nog steeds grif gelezen en met grote
regelmaat verschijnen er adaptaties van haar werk voor film, televisie of
theater. Zo scoort Netflix anno 2026 plots een tophit met de verfilming
van The Seven Dials Mystery, een vrijwel vergeten spionageroman uit
1929; het personage van Lady Eileen ‘Bundle’ Brent, dat tot haar minst bekende
scheppingen behoort en dat ze na twee romans afdankte, blijkt plots geweldig
aan te slaan en te worden gezien als een voorbeeld van vrouwenemancipatie (*).
Men zou kunnen zeggen dat het werk van Agatha Christie weliswaar is gedateerd,
maar niet verouderd. De Britse schrijfster Sophie Hannah kreeg
zelfs toestemming van het officiële nalatenschap van Agatha Christie om Hercule
Poirot in enkele nieuwe verhalen opnieuw tot leven te wekken. Uit die pogingen
blijkt ook hoe lastig het is om de typische sfeer van haar werk geloofwaardig
op te roepen. Hoe onrealistisch haar verhalen ook waren, en hoe vlak haar stijl
ook mocht zijn, ze slaagde er steeds in om haar lezers mee te voeren naar haar
eigen universum en je vertoefde als lezer graag in het gezelschap van haar
personages. De romans van Sophie Hannah zijn vanuit stilistisch oogpunt
wellicht beter geschreven, maar wat fris en onopgesmukt klinkt bij Agatha
Christie, oogt bij haar gekunsteld en omslachtig. Ze kreeg toestemming om
Hercule Poirot opnieuw tot leven te wekken, maar er zit helaas geen leven in
haar boeken.

Reacties
Een reactie posten