donderdag 28 maart 2013

Hi ha, happening!


Deze foto komt niet uit het familiealbum, de personen die erop staan afgebeeld, heb ik nooit gekend. Toch is het is alsof ik – letterlijk - naar mijn vroegste herinneringen kijk. De meeste foto’s die wij bewaren, zijn foto’s waar we zelf opstaan, en mede daardoor geven ze een verwrongen beeld van onze herinneringen: zo hebben wij de dingen niet ervaren als kleine kinderen, we sloegen onszelf niet gade, we sloegen anderen gade. Op de foto staan drie mannen en twee vrouwen, ik vermoed twee broers met hun wederhelft plus een vrijgezelle broer, hoogstwaarschijnlijk de schuinsmarcheerder van de familie. Zo herinner ik mijn ooms: netjes in het pak, met stropdas, arm in arm met een opgetutte echtgenote. Wij waren niet zo’n hechte familie, dus je zag ze alleen op een feestje, als opa of oma jarig was. Eindeloos saai waren ze, die middagen, totdat er een borreltje werd ingeschonken voor de grote mensen, en de vrijgezelle en schuinsmarcherende oom verhalen begon te vertellen. Die van mij heette ome Kees, en hij had op de grote vaart gezeten, en had dus veel meegemaakt. Naarmate zijn verhalen sterker werden, werden onze oortjes roder.

Wat mij vaak verwondert wanneer ik naar oude foto’s kijk, is dat je vroeger aan iemands kleding kon zien hoe oud hij ongeveer was. Oudere mensen droegen andere kleding dan mensen van middelbare leeftijd, en die waren op hun beurt weer anders gekleed dan jongeren  of kinderen. Zoals je nu in kledingwinkels afdelingen hebt voor kinderen, vrouwen en mannen, zo had je toen waarschijnlijk afdelingen per leeftijdsgroep. Het stond allemaal geschreven in het boek des levens: als je eenmaal getrouwd was, werd je als man in het pak gehesen. Het leek alsof je daar nooit meer uitkwam: als je ouder werd, werden de kostuums  iets anders (oudere mensen droegen vaak gestreepte kostuums) en er kwamen een paar attributen bij: een hoed, een das, een wandelstok. Je sukkelde langzaam voort, richting ouderdom, en het proces werd met kledingstukken aangegeven. Waarschijnlijk zeiden mensen in die tijd dingen tegen elkaar als: "Aan zijn wandelstok te zien, is Kees zestig geworden."

Volwassen mannen droegen natuurlijk ook wel andere kleding, met name wanneer ze naar hun werk gingen, maar dan zag je ze niet. Mijn eigen vader heb ik vaak in overall gezien, maar de meeste van mijn ooms zijn in mijn herinneringen allemaal op hun paasbest gekleed. Sommigen kwamen ook weleens buiten feestjes om op bezoek, bijvoorbeeld op zondagmiddag, maar ook dan zaten ze in het pak. Er bestond toen nog zoiets als zondagskleding, let wel: ook voor kinderen. Het lot dat je te wachten stond (langzaam voortsukkelen richting ouderdom) leek er al in te zijn verwerkt, want die kleding leek op een wat ridicule manier op de kleding van volwassenen. De stropdas was vervangen door een strikje, maar verder was alles normaal ... tot aan je middel. Maar dan kwam het: er hoorde namelijk een korte broek bij. Nog erger was feestkleding. Sommige feesten waren zo belangrijk dat je speciaal in spiksplinternieuwe kleding werd gehesen. Ik heb ooit een foto gezien van mezelf en een twintigtal lotgenoten, aan de vooravond van onze Hernieuwing der Doopbeloften: allemaal netjes op en rij, allemaal in het pak, met stropdas of strikje, wit overhemd, en daaronder een korte broek. Alsof we klaarstonden om te worden afgevoerd, God weet waarheen. 

Dat alles is nu veranderd. Jong en oud, iedereen draagt een spijkerbroek, een pak is er alleen nog voor huwelijken of begrafenissen. Ik heb als kind beleefd hoe jongeren die een paar jaar ouder waren dan ik, de traditie doorbraken. Alles moest anders. Ze vertikten het om de kleren aan te trekken die hun ouders voor ze hadden uitgekozen, lieten hun haren groeien, luisterden naar popmuziek, en schreeuwden opruiende leuzen. Ik hoor mijn nichtje nog roepen, nadat haar moeder haar huisarrest had gegeven: Hi ha, happening! Heel hard, heel uitdagend. Haar moeder werd woedend, zei dat het wicht nergens voor deugde, en daardoor ging ze nog harder roepen: Hi ha happening!. Wat een happening was wist ze niet, maar ze riep het toch maar, en haar moeder werd er gek van.

Mijn nichtje was een jaar of drie ouder dan ik. Op zondagnamiddag, voordat ze zich in het uitgaansleven stortte, kwam ze steevast langs met haar vriendinnen. De reden was nogal prozaïsch: van haar moeder mocht ze zich niet al te zwaar opmaken, en het rokje moest op de knie vallen. Mijn moeder was wat toegeeflijker, zeker voor een nichtje. Dus werden bij ons thuis poederdoos en lippenstift te voorschijn getoverd, en het langere rokje vervangen door een korter exemplaar. Wij konden het overigens uitstekend samen vinden. Ze heeft weleens een jongen afgerost die mij liep te pesten en als ze met ons meevoetbalde, nam ze alle corners, want ze kon de bal al voor het doel krijgen, en wij nog niet met onze machteloze spillebeentjes. Ze had overigens geen studiehoofd en hoewel ik jaren jonger was, maakte ik meestal haar huiswerk. Ze zat dan tegenover mij aan tafel, en vertelde honderduit over de knappe jongens de stuk voor stuk verliefd op haar waren.

Alles moest anders, en alles werd ook anders. Toen ik, slechts enkele jaren later, in de puberteit raakte, waren lange haren en korte rokjes volop in de mode, geen moeder durfde ze nog te verbieden. Dankzij de generatie van mijn nicht kunnen we nu, als we dat willen, op hoge leeftijd onze haren laten groeien of op zondag een spijkerbroek dragen. Dat is iets heel moois, toch kampen we allemaal met het gevoel dat er ook iets verloren is gegaan in die periode. We willen niet terug naar de kerk, of naar het driedelige pak met stropdas. En toch voelen we een leegte.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen