woensdag 27 maart 2013

Meten met Maten


I - Heel wat voetbalvelden

Eén van de leukste taalrubrieken is de Woordhoek van Ewoud Sanders in NRC Handelsblad. Zoals sommige voetballers (zegt men) een neusje voor de goal hebben, zo heeft Sanders een neusje voor opvallend taalgebruik. In zijn laatste woordhoek, citeert hij een verslaggever die het heeft over het hoge percentage leegstaande kantoorgebouwen in Nederland, namelijk zestien procent:

"Dat komt neer op een oppervlakte van 7,8 miljoen vierkante meter. Dat zijn heel wat voetbalvelden bij elkaar."

7,8 miljoen vierkante kilometer, dat snappen de mensen niet, moet die verslaggever hebben gedacht, dat moet ik verduidelijken, met een verwijzing naar iets wat zij kennen, een voetbalveld bijvoorbeeld. Sanders merkt ironisch op dat het voetbalveld blijkbaar de menselijke maat der dingen geworden.

Er valt het een en ander te zeggen over deze woordhoek van Sanders. Laten we beginnen bij die voetbalvelden. Niemand kan zich een voorstelling maken van 7,8 miljoen vierkante meter, maar het is de vraag of 'heel wat voetbalvelden' erg verhelderend is. We hebben al problemen genoeg om ons één enkel voetbalveld voor te stellen, laat staan 'heel wat'. Verder lopen de afmetingen van voetbalvelden nogal uiteen. De minimale afmetingen zijn 100x64 meter, de maximale 120x75 meter. Er zijn ploegen die graag op grote velden, en ploegen die graag op kleine velden spelen, en soms worden de afmetingen aangepast aan de tegenstander. De Schotse club Glasgow Rangers bracht in de jaren tachtig van de vorige eeuw de afmetingen ooit terug tot het absolute minimum voor een wedstrijd tegen Dynamo Kiew. De Oekraïners (toen nog Russen) stonden bekend om hun combinatievoetbal en onvoorstelbare loopvermogen: op een kleiner veld zouden ze hiervan minder kunnen profiteren, dachten de Schotten, en gelijk hadden ze.


II - De mens als maat van alle dingen

De uitdrukking van Sanders over het voetbalveld als menselijke maat der dingen, is ook wat vreemd. Het lijkt een verwijzing naar een beroemde uitspraak van de Griekse filosoof Protagoras (490-420 v. Chr.):

"De mens is maat van alle dingen. Van de dingen die zijn wat ze zijn en van de dingen die niet zijn wat ze niet zijn."

'De mens is de maat van alle dingen', houdt in dat volgens Protagoras de waarheid menselijk, en dus subjectief is. We hebben, aldus Protagoras, verschillende ideeën over de werkelijkheid (de dingen die zijn wat ze zijn) omdat we allen verschillende maatstaven hanteren. Wat hij met het tweede lid van de toegeving (de dingen die niet zijn wat ze niet zijn) is niet helemaal duidelijk. Ik ga er op deze plaats ook niet verder op in.

Relativistische ideeën omtrent 'waarheid' verbinden wij tegenwoordig vooral met het postmodernisme. Filosofen zoals Foucault, Lyotard of Derrida beroepen zich vooral op Nietzsche (met name op een aantal passages uit Morgenröte), maar een uitspraak als die van Protagoras maakt duidelijk dat het relativisme veel ouder is, zo oud als de filosofie zelf. Het heeft een schaduwbestaan geleid naast de meer gangbare filosofie, en treedt zo nu en dan even uit de schaduw.


III - Eenheid naar menselijke maat

Dat was echter niet waar Sanders naar wilde verwijzen. Wat hij bedoelde, was dat het voetbalveld door sommigen als eenheidsmaat voor oppervlakte wordt gehanteerd. De gebruikelijke eenheidsmaten leveren bij erg grote afmetingen getallen op die het bevattingsvermogen van de mens te boven gaan (7,8 miljoen m²). Ons lichaam en onze zintuigen werken op een mesoscopische schaal, zoals een natuurkundige als Sylvia Wenmackers dat noemt, en die menselijke schaal weet wel raad met vierkante meters, maar niet met miljoenen en miljoenen. Om die reden hebben we behoefte aan iets anders, bijvoorbeeld voetbalvelden. In de ruimte hebben we onze meters en kilometers om die reden vervangen door lichtjaren.
Het heeft wel iets, het voetbalveld als eenheidsmaat, maar we zullen dan de maten van het wel moeten standaardiseren. 100x70 meter lijkt me een mooie standaard. Het voetbalveld (vbv) krijgt dan een mooi plaatsje in het rariteitenkabinet van menselijke maateenheden, naast bijvoorbeeld een mud (een mud kolen), een el (een el stof) en een bunder (een bunder land).

Op de informatieve site InfoNu.nl vindt men een handige overzichten van alle eenheidsmaten. Oude maten werden vaak ontleend aan de natuur of het menselijk lichaam: Een morgen land was de oppervlakte die op een morgen kon worden geploegd, ongeveer 0,8 hectare, en verder had je een duim, een voet en een el, en ook nog een palm, een anker en een schere of wisse. Zoek het maar uit. En inderdaad, dat kan ook: Je kunt ook uitzoeken wat die oude Hollandse maten inhielden. Hoe groot is één bunder land? Antwoord: 10.000 m². Hoeveel een mud kolen? Dat wordt moeilijker. Volgens het schema één hectoliter, maar hoe moet ik me dat voorstellen? Op enkele meer uitgebreide sites, zoals Oude Maten en en Megawetenschap.nl, valt te lezen dat mud werd gebruikt als eenheid van gewicht en van inhoud, en dat er nogal wat interpretatieverschillen waren: een mud aardappelen woog 70 kilo, maar als inhoudsmaat, varieerde een mud per regio van 150 tot 300 liter. Bij lengtematen was dat blijkbaar ook zo: de Brabantse el was langer (69,2 cm) dan de Amsterdamse (68,8 cm). Mij is altijd geleerd dat de maat was afgeleid van de lengte van de onderarm (ellepijp), en die lezing wordt op deze site bevestigd, toch kan dit niet kloppen (meet maar na, waarschijnlijk werd de gehele binnenarm gemeten). De maat werd lokaal, in een belangrijk handelscentrum vastgesteld. Blijkbaar hadden de Brabanders langere onderarmen dan de Amsterdammers. Beangstigend wordt het als je weet dat de Twentse el slechts 58,7 cm was.

Dat waren kabouters daar in Twente.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen